IN GESPREK MET KLAAS VAN DE LANGEMHEEN, GEPENSIONEERD DIJKGRAAF WATERSCHAP VALLEI & EEM

"DIT GEBIED , DAT IS ZO MOOI. HET VERDIENT BEHEER EN ONDERHOUD OM MOOI TE BLIJVEN OF NOG MOOIER TE WORDEN."

Tekst: Elyze Storms-Smeets. Foto’s: Erwin Zijlstra. Dit interview dateert uit 2009.

 

Klaas van de Langemheen, tot 1 mei 2009 dijkgraaf van Waterschap Vallei & Eem

 

De landgoederenzone van de zuidelijke Veluwezoom wordt gekenmerkt door sprengen (halfgegraven beken). Vanaf de 16e eeuw werden op lage plekken in beekdalen of erosiedalen sprengkoppen gegraven naar het grondwater toe. De sprengen dienden om watermolens aan te drijven. Later werden de sprengen gebruikt binnen het buitenplaatsenlandschap, voor de aanvoer van water voor vijvers, fonteinen en cascades, maar ook als idyllisch element langs een wandelpad. Waterschap Vallei & Eem beheert sinds 1997 de westelijke helft van Gelders Arcadië, het gebied tussen Wageningen en Arnhem, en heeft vanaf 2002 gewerkt aan het herstel van sprengen en de daarbij horende cultuurhistorische elementen.

 

“Dit is voor ons een heel specifiek gebied. Niet te vergelijken met andere gebieden in ons beheer. In eerste instantie hadden we als waterschap zoiets van ‘wat moet een waterschap toch in Renkum en Oosterbeek doen?’, want het is zo’n hellend gebied en het water loopt snel weg. Je kan nauwelijks iets aan waterbeheersing doen.”

 

Toen het waterschap het beheer van de Zuid-Veluwse beken en sprengen in 1997 op zich nam, bleek er veel te doen, zegt Van de Langemheen. “Er waren sprengenkoppen die gewoon dicht zaten. Er waren beken die niet meer liepen. En toen hebben we besloten als waterschap dat ter hand te nemen en kijken hoe ver we daarmee konden komen. Nu is de kweldruk daar aanzienlijk minder dan in het verleden, vermoed ik. We hebben een aantal beken wel lopend gekregen, maar niet allemaal.” De lage kweldruk wordt veroorzaakt door de lage grondwaterstand en het onvoldoende aanbod van kwel, als gevolg van de grootschalige wateronttrekkingen binnen de spoelzandvlakte.

 

De Zuid-Veluwse beken en sprengen in beheer bij Waterschap Vallei & Eem

 

In 2002 werd gestart met de herstelwerkzaamheden. Daarbij hield het waterschap rekening met de aanwezige natuurwaarden. De Zuid-Veluwse beken en sprengen zijn namelijk door Provincie Gelderland aangewezen als beken met het Hoogste Ecologische Niveau (HEN) en het Renkumse beekdal en het Heelsumse beekdal vormen samen de ecologische verbindingszone “Renkumse Poort” tussen de Veluwe en de uiterwaarden van de Rijn.

 

Desalniettemin stond de cultuurhistorie bij het herstel van de sprengen voorop. Sprengkoppen zijn opengemaakt en sprengbeken zijn gebaggerd en met leem bekleed om te voorkomen dat het water in de bodem wegzakt. Ook het omringende buitenplaatsenlandschap met kronkelende wandelpaden, bruggen in Zwitserse stijl en zichtlijnen in het landschap werd hersteld, bijvoorbeeld op de voormalige buitenplaatsen De Duno, De Hemelse Berg en De Oorsprong. Op diverse plekken zijn cultuurhistorische elementen hersteld of gereconstrueerd, zoals de cascades (kunstmatige watervalletjes) en het eigentijdse grothuisje in de Oorsprongbeek. De cascades tussen de vijverpartijen zijn gemaakt van misbaksels, duidelijk refererend naar de 19e-eeuwse situatie.

 

De sprengkop van de Gielenbeek

 

Het in 2008 gerealiseerde grothuisje (ontwerp: Arda Wijsbek)

 

Het herstel van de beken en sprengen bleek wegens de natuurlijke gesteldheid van het terrein niet zonder problemen. Van de Langemheen: “Het is erg hellend en zandig. Je moet oppassen dat je de bodem goed bedekt met leem, anders zakt het weg en komt het nooit beneden. En je wilt niet dat te veel grote hoeveelheden tegelijkertijd naar beneden vallen, maar dat het heel gelijkmatig naar beneden gaat, dus moet je stuwen. Als je de sprengenkop open maakt, dan moet je zorgen dat de rest klaar is.“ Door de herstelwerkzaamheden is de belevingswaarde van het buitenplaatsenlandschap - waarin de sprengen zo’n grote rol spelen - aanzienlijk vergroot, zowel in cultuurhistorisch als recreatief opzicht.

 

Echter, dergelijk herstel vergt goede voorbereiding en planning. Het herstelwerk gebeurde met kleiner materiaal en vaak moest ook handwerk verricht worden. En de werkzaamheden zijn per spreng weer anders. “Je moet per beek zeggen, wat zijn de mogelijkheden en onmogelijkheden. Kunnen we ze watervoerend maken of niet? Het betekent natuurlijk wel wat voor de afvoer van grondwater. Wil je dat. Of wil je dat beperken? Hoe doe je dat? Wil je de kosten die het met zich meebrengt, wil je die allemaal maken? En ik vind, als je de sprengen niet watervoerend kunt krijgen, dan moet je er niets aan doen. Dan moet je het zo laten liggen.”

 

In en langs de sprengbeken in Oosterbeek moesten de herstelwerkzaamheden uitgesteld worden door de aanwezigheid van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Van de Langemheen: “Wij hebben veel problemen ondervonden met oorlogsmunitie. Dat moest eerst opgeruimd worden. En we zijn er nog niet klaar mee. Een gedeelte is geruimd, maar een gedeelte nog niet. Daarom hebben we het project stopgezet.”

 

Na ruim twaalf jaar is Klaas van de Langemheen per 1 mei 2009 teruggetreden als dijkgraaf bij Waterschap Vallei & Eem. "Ik zou dit waterschap in ieder geval adviseren om de inspanningen, de energie die ze gestopt hebben in het Renkumse beekdal en de Oosterbeekse beken, in dit mooie recreatieve gebied, niet te verminderen. Want het wordt enorm gewaardeerd wat wij daar doen. Mensen willen langs beken wandelen waar water stroomt. Dus roep niet te gauw ‘dat is geen taak voor een waterschap’. Dit specifieke gebied, dat is het waard, dat is zo mooi. Het verdient beheer en onderhoud om mooi te blijven of nog mooier te worden. Water heeft daar een belangrijke rol in. Daar ben ik echt van harte van overtuigd."